Als je van boven de grote rivieren komt denk je bij een kastelenweekend in Limburg al snel aan de streek rond Maastricht. Niet zo vreemd, want met bestemmingen als museumkasteel Hoensbroek of de luxe kasteelhotels zoals Château Neercanne en St. Gerlach kom je daar als liefhebber van kastelen volledig aan je trekken. Maar in Limburg valt nog zo veel meer te ontdekken! Wij gingen op kastelensafari in Noord- en Midden-Limburg en vielen van de ene verbazing in de andere…

Kasteeltuinen Arcen

Het 17de eeuwse Kasteel Arcen

We mogen dan van boven de grote rivieren komen, één Noord-Limburgs kasteel kenden we al. We hebben het natuurlijk over het Kasteel van Arcen, of beter gezegd de wereldberoemde Kasteeltuinen van Arcen. Wat de Keukenhof is voor de bollenstreek, dat zijn de Kasteeltuinen voor Noord-Limburg: een internationaal gerenommeerd podium voor de regionale horticultuur en een toeristische trekpleister van formaat. Een mooi startpunt voor onze tweedaagse kastelensafari. We hebben afgesproken met de man die verantwoordelijk is voor de 32 hectare grote kasteeltuin, tuinbaas Hay Lintjens.

Tuinbaas Hay Lintjens in de Oosterse Watertuin

Oosterse Watertuin

Met uitzicht op het 17de eeuwse kasteel Arcen en onder het genot van een kopje koffie vertelt Hay ons hoe hij meer dan 25 jaar geleden in dienst kwam bij het thematisch opgezette park. “Toen ik hier in ’94 als hovenier kwam had ik eigenlijk alleen maar ervaring met de uitvoerende kant van het hovenierswerk. Door Niek Roozen (geestelijk vader van de Kasteeltuinen, red.) leerde ik breder te kijken, mijn blik te verruimen. Mijn eerste project was de aanleg van de Oosterse Watertuin. Op basis van de tekeningen van Roozen ben ik destijds aan de slag gegaan. Om zijn ontwerpkeuzes beter te begrijpen ben ik me gaan verdiepen in de tuincultuur van Azië.

Nog steeds is de Oosterse Watertuin een van mijn favoriete tuinen. Een heerlijke plek om even tot rust te komen!”

– Hay Lintjens, tuinbaas Kasteeltuinen Arcen

Ik ontdekte dat alles daarin een symbolische betekenis heeft, niets is zonder reden. Die ervaring heeft mijn kijk op het hoveniersvak enorm verdiept, dat zijn wel de mooie dingen van dit werk. Ik heb destijds ook geleerd om op de oosterse manier vorm te snoeien, mijn eerste Bonsai-gesnoeide taxus doet het nog steeds uitstekend. Tegenwoordig ben ik als tuinbaas verantwoordelijk voor alle tuinen in het park, maar nog steeds is de Oosterse Watertuin een van mijn favoriete tuinen. Een heerlijke plek om even tot rust te komen!”

De Oosterse Watertuin en Hay Lintjens bij zijn Bonsai taxus

Klimaatverandering

Voordat we zelf de thematische tuinen van het park gaan (her-)ontdekken vertelt Hay ons nog over de plannen voor de Klimaattuin, een nieuwe thematuin die bezoekers zal informeren over de gevolgen van klimaatverandering in de tuin. Want ook in Arcen merken ze dat het klimaat verandert. Natte winters, afgewisseld met drogere, hetere zomers hebben groot effect op de parkbeplanting. Gecombineerd met voortschrijdende inzichten op het gebied van gewasbescherming, biodiversiteit en nieuwe technologieën betekent dit dat het parkonderhoud de komende jaren ingrijpend zal veranderen.

Loopvlonders geven monumentale bomen allure

Een goed voorbeeld van de nieuwe aanpak zijn de loopvlonders die onder enkele monumentale bomen in het park zijn aangebracht. Lintjens: “Met geavanceerde computertechnieken hebben we de wortelstelsels onder enkele eeuwenoude bomen in kaart gebracht. Tot onze verbazing bleken de stelsels onder de grond vele malen groter en breder te zijn dan we hadden gedacht! Om de wortels beter te beschermen zaaien we nu bijvoorbeeld onder en rond de mammoetboom geen gras meer in, maar een kruidenrijk bloemenmengsel dat we niet hoeven te maaien. Zo voorkomen we dat we de grond teveel aandrukken, waardoor het water moeilijker de wortels bereikt. Met datzelfde doel hebben we loopvlonders onder de bomen aangelegd. We ontvangen hierover veel complimenten van bezoekers, want de bomen krijgen opeens veel meer allure. Ze zijn als het ware op een eigen podium geplaatst. Een verrassend bijkomend effect waar we natuurlijk heel blij mee zijn!”

Loopvlonders geven de monumentale mammoetboom allure

Kasteeltuinen Arcen, gelegen in het pittoreske dorpje Arcen in de prachtige Maasduinen van Noord-Limburg, is een van de meest veelzijdige bloemen- en plantenparken van Europa. Je kunt er uren lang wandelen en genieten van de vele tuinen, bijzondere planten en unieke exposities. Laat je zintuigen prikkelen, beleef de historie en ontdek de meer dan 15 unieke tuinen die zijn aangelegd rondom een historische buitenplaats met een 17e eeuws kasteel.

In 2020 is Kasteeltuinen Arcen wederom door het Land van de ANWB uitgeroepen tot het ‘Leukste uitje van Limburg’!

Meer informatie en tickets voor de Kasteeltuinen Arcen vind je op: www.kasteeltuinen.nl

Kasteel Aldenghoor

We zouden nog uren kunnen dwalen in de Kasteeltuinen Arcen maar we moeten alweer op weg naar onze volgende afspraak in het dorpje Haelen, zo’n 40 autominuten zuidelijker, in Midden-Limburg. Onderweg passeren we het karakteristieke landschap langs de oevers van de Maas. Kleine, slaperige dorpjes, vaak gebouwd rond een neogotisch kerkgebouw, in een vlak landschap met uitgestrekte weiden en akkers. Onder de hemelsblauwe wolkenhemel verschiet het het graan op het veld langzaam van kleur. Dit gebied lijkt ons ook ideaal om per fiets te verkennen. Er schijnt een lange afstands-fietspad langs de Maas te lopen. Misschien iets om te onthouden voor een volgend bezoek…

Kasteel Aldenghoor

Beukenberceau

Aangekomen in het dorpje Haelen (gemeente Leudal) is het even zoeken naar het kasteel. Misschien hebben we het bord gemist? Ons navigatiesysteem zegt dat we op de kasteellaan rijden, dus ver kan het niet zijn. Al snel passeren we een brede de slotgracht vol waterlelies en zien we de witgeschilderde bijgebouwen van Kasteel Aldenghoor. We parkeren op het kasteelterrein, onder een soort beukenberceau gemaakt van cortenstaal en haagbeuken. De zonnepanelen op het dak leveren niet alleen elektriciteit, maar zorgen ook voor de nodige schaduw. Slim gedaan!

Het oude kasteel zelf ligt er blakend van zelfvertrouwen bij. Zo in de volle zon is goed te zien dat het gebouw niet zo lang geleden gerestaureerd moet zijn. Ook de tuin, met gazons en strakke hegpatronen, ziet er verzorgd uit. Symmetrisch tegenover de moderne ‘parkeerberceau’ worden we verrast door een échte beukentunnel waar maar geen eind aan lijkt te komen. Zou dit de langste historische beukenberceau van Nederland, zijn? Best mogelijk…

De eindeloze beukenberceau van Aldenghoor

Prinzessin von Hohenzollern-Emden

In de tot restaurant omgebouwde stalgebouwen worden we vriendelijk ontvangen door Vera Helwegen, een echte Haelense, die samen met haar man zorgdraagt voor de exploitatie van het kasteel en de horeca. Vera vertelt ons over de historie van Aldenghoor en legt uit dat het kasteel jarenlang hermetisch afgesloten was van de buitenwereld. De steenrijke Viola Hallman-Flachmeier, die het kasteel in de jaren tachtig kocht en opknapte, leefde er teruggetrokken en geïsoleerd. De excentrieke Duitse erfgename en manager van een groot Duits staalconcern trad in 2006 in het huwelijk met de bijna twintig jaar jongere Donatus Prinz von Hohenzollern-Emden, een verre verwant van de laatste Duitse keizer. Ofschoon adeldeskundigen aan de geldigheid van Donatus’ titel twijfelen, noemde Viola zich vanaf dat moment graag Prinzessin von Hohenzollern-Emden.

Na het voortijdige overlijden van ‘de prinses’ in 2012 werd het kasteel verkocht aan Vera’s vader, die het enkele jaren daarna vanwege de hoge kosten weer doorverkocht aan de Haelense ondernemer Menten. Vera en haar familie bleven wonen op het terrein en houden zich sindsdien bezig met de ontwikkeling van het complex tot een gastvrije locatie voor lunches, diners, feesten en overnachtingen. Op aanvraag geven ze ook rondleidingen door het kasteel.

Interieurs van Kasteel Aldenghoor

Tussen kunst en kitsch

Die rondleidingen zijn iets bijzonders. Verwacht op Aldenghoor geen standaard kasteelmuseum met stijlkamers achter een koordje. Zodra je over de kasteeldrempel stapt treedt je binnen in de leefwereld van Viola Hallman. De interieurs getuigen van de smaak van iemand die zich graag spiegelde aan de oude adel: kostbare schilderijen (zelfs een heuse Velasquez!) en eeuwenoude wandtapijten, afgewisseld met quasi antieke kitsch. In zekere zin doet Aldenghoor daarmee ergens wel denken aan Huis Doorn, het met antiek volgepropte kasteeltje op de Utrechtse Heuvelrug, waar de Duitse ex-keizer Wilhelm II (Von Hohenzollern) zijn laatste dagen sleet. Niet geheel toevallig komen we ook diens gesigneerde fotoportret tegen in een van de kasteelkamers. Het is duidelijk dat de ‘prinses’ haar uiterste best deed om haar verwantschap met de hoogadellijke familie Von Hohenzollern te benadrukken.

Spoken in de badkamer

Het zwartmarmeren ‘spookbad’

We zijn geïntrigeerd door het zwartmarmeren bad, op de eerste verdieping. Dit lijkt antiek, maar is er toch pas in de jaren tachtig ingezet. Vera’s moeder Henny, die tot voor kort in een deel van het kasteel woonde, begint ineens te vertellen over de spoken van Kasteel Aldenghoor. “Op een morgen kwam ik hier binnen en zag ik dat het bad vol met water stond. Terwijl de hoofdkraan van de waterleiding was afgesloten! Ik heb er een loodgieter bijgehaald, die zei ook dat het onmogelijk was en dat water niet zomaar omhoog kan komen. Een mysterie!” Henny lacht erbij, want bang uitgevallen is ze allerminst. Ze heeft wel meer vreemde gebeurtenissen meegemaakt: kasten die uit zichzelf open- en dichtgaan, spullen zomaar op de grond vallen, geluiden rond middernacht… “Op een gegeven moment was het zo erg met dat gespook in huis dat ik er niet meer van kon slapen. ‘Nu is het afgelopen’ heb ik geroepen, en sindsdien is het rustig.” Maar volgens Vera spookt het als haar moeder niet in de buurt is ’s nachts nog net zo hard…

Op een gegeven moment was het zo erg met dat gespook in huis dat ik er niet meer van kon slapen.

– Henny Haans, kasteel Aldenghoor

Of we deze spookverhalen, net als de adellijke titel van mevrouw Hallman, met een korreltje zout moeten nemen, weten we niet. Maar fascinerend is het wel en het maakt onze overnachting op Aldenghoor alleen nog maar spannender!

Meer informatie en boekingen kijk op: www.kasteelaldenghoor.nl

Kasteeltje Hattem

Nog onder de indruk van de verbazingwekkende verhalen van Kasteel Aldenghoor rijden we naar Roermond voor een diner in wat omschreven wordt als ‘het kleinste kasteeltje van Nederland’. Zo piepklein blijkt het 18de eeuwse Kasteel Hattem bij aankomst nu ook weer niet: rondom een cirkelvormig binnenplein bevinden zich keurig gerestaureerde stalgebouwen met acht luxe hotelkamers en in het kasteelgebouw zit een restaurant dat, mede dankzij een moderne aanbouw, ruimte biedt aan 70 couverts.

Kasteeltje Hattem, ‘het kleinste kasteeltje van Nederland’

De ontvangst door eigenaren Frank Keuten en Daan de Ruiter is allerhartelijkst. Terwijl twee kippen gezellig tussen de tafeltjes doorwandelen (buiten lopen ook nog hangbuikzwijntjes) vertelt Frank ons hoe ze 16 jaar geleden vanuit Nijmegen naar Roermond vertrokken om het kasteeltje te bekijken. Ze waren meteen verkocht. “Zo’n mooi historisch pand, midden in het groene stadspark van Roermond, dat konden we niet aan ons voorbij laten gaan” aldus Frank. Sindsdien is ‘Kasteeltje Hattem’ uitgegroeid tot een begrip tot ver buiten Roermond.

Al nemen ze bitterballen als voorgerecht, wanneer zij genieten, dan genieten wij ook!

– Frank Keuten, Kasteeltje Hattem

Huiselijke sfeer

Dat het restaurant zeer geliefd is in de omgeving blijkt wel uit het feit dat het na de corona-lockdown direct weer was volgeboekt. Wij begrijpen dat best, want de ongedwongen sfeer en de toegankelijke menukaart, met smakelijke klassiekers uit de Franse keuken, bedienen een breed publiek. “Onze voorganger in dit pand kookte voor een Michelinster, met alle stress en gedoe die daarbij komt kijken. Daar komt toch een bepaalde, veeleisende doelgroep op af. Toen Daan en ik de zaak overnamen hebben we bewust een andere keuze gemaakt. Wij willen dat gasten volledig zichzelf kunnen zijn, zich echt thuis kunnen voelen. Zelfs al willen ze bitterballen als voorgerecht, wanneer zij genieten, dan genieten wij ook!” lacht Frank.

Gastheren en eigenaren Daan en Frank met een van hun huiskippen

Die huiselijke sfeer is volop aanwezig op het Kasteeltje Hattem, maar vergis je niet over de kwaliteit van de keuken. Hier wordt op niveau gekookt. De mooie, klassieke gerechten op zorgvuldig opgemaakte borden verraden de hand van een echte vakman. Ook de door de vriendelijke sommelier uitgekozen wijnen vullen de vertrouwde smaakcombinaties uit de Franse keuken perfect aan. Chapeau voor deze keukenbrigade!

Culinair genieten bij Kasteeltje Hattem (foto’s: © kasteeltje hattem)

Meer informatie en reserveringen kijk snel op: www.kasteeltjehattem.com

Kasteel Aerwinkel

Na een weldadige nacht (geen spook gehoord of gezien) en een heerlijk ontbijtje op de zonovergoten binnenplaats van Kasteel Aldenghoor vertrekken we richting onze volgende bestemming, Kasteel Aerwinkel. Dit kasteel(tje) bij het plaatsje Posterholt is eigenlijk geen echt kasteel, want nieuw gebouwd in 1854. Op zich is dat niet zo bijzonder, want in de negentiende eeuw waren (neo-)kastelen nogal in de mode bij mensen met geld. Wat Kasteel Aerwinkel echter speciaal maakt is dat het ontworpen is door de destijds nog jonge Roermondse architect Pierre Cuypers (1827-1921). Later zou de onvermoeibare Cuypers furore maken als bouwmeester van iconische gebouwen zoals het Rijksmuseum, Kasteel de Haar, het Centraal Station in Amsterdam. Met de opdracht om voor de familie Geradts een comfortabel en stijlvol ‘huis’ te ontwerpen vestigde Cuypers zijn naam als dé vertegenwoordiger van de neogotische bouwstijl in Nederland.

Kasteel Aerwinkel, neogotiek in optima forma

Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid

Nog nagenietend van de heerlijke Limburgse vlaai die ons getrakteerd werd door Gasterij Geluk(t), in de prachtige verbouwde Tiendschuur op het 7 ha omvattende landgoed, leidt kasteelvrouwe Petra de Haas ons persoonlijk rond in haar ‘Cuyperskasteeltje’. Met spijt in haar stem vertelt ze ons hoe ‘de Eerwaarde Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid’, de nonnen die het gebouw tussen 1956 en 1989 bewoonden, veel van de originele details en decoraties van Cuypers hebben verwijderd. Als je de kleurige, rijkgedecoreerde trappenhuizen en zalen van het Rijksmuseum voor de geest haalt, dan kun je je voorstellen hoe het er hier vroeger uit moet hebben gezien. De plafonds en panelen die nog wel origineel zijn, worden dan ook gekoesterd en (soms met veel pijn en moeite) in stand gehouden. Met name de bibliotheek op de eerste verdieping en de grote zaal hebben nog de allure van weleer en ook het glas in lood van de (later aangebouwde) serre is de moeite waard.

Hoewel de meeste details verdwenen zijn, ademt het interieur van Aerwinkel nog de sfeer van de neogotiek van Pierre Cuypers

Nóg een reden om Kasteel Aerwinkel te bezoeken: het prachtige landschapspark. Het huis ligt precies temidden van twee grote gazons en wordt natuurlijk omgeven door eeuwenoude kastanjebomen, beuken en eiken. Het is het levenswerk van Petra de Haas, sinds zij er woont heeft ze er een grote verscheidenheid aan bijzondere heesters en bomen aan toegevoegd. Een soortenrijkdom die onovertroffen is in het zuiden van Nederland. Zo zijn er meer dan 500 soorten heesters en bomen aangeplant, waardoor het park het karakter heeft van een arboretum. Het najaar moet er prachtig zijn, met al die verkleurende beuken en kastanjes!

Gasterij Geluk(t): ongedwongen genieten van Limburgse lekkerijen

Meer informatie over Kasteel Aerwinkel en Gasterij Geluk(t) via: www.kasteelaerwinkel.nl

Kasteel De Keverberg

Voor het eindpunt van onze kastelensafari door Noord- en Midden-Limburg rijden we naar het dorpje Kessel, pal aan de Maas. Hier bouwden de Graven van Kessel in de middeleeuwen een burcht van waaruit ze hun tolrechten uitoefenden. Ieder schip dat langskwam was verplicht tol te betalen. In de loop van de eeuwen groeide de toren uit tot een flink uit de kluiten gewassen ‘motte burcht’ en wisselde het gebouw diverse malen van eigenaar. De laatste adellijke bewoners waren telgen van de geslacht Van Keverberg, die destijds ook Kasteel Aldenghoor bezaten. Aan deze familie dankt het gebouw ook de naam Kasteel De Keverberg. Na het overlijden van de excentrieke baron Frits van Keverberg in 1876, trokken de ‘Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid’ in het kasteel en vestigden er een meisjespensionaat en een internaat voor schipperskinderen.

Kasteel De Keverberg

Ruïne door het dorp weer in ere hersteld

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog – de zusters en kinderen waren door de nazi’s uit het kasteel verdreven – werd het kasteel door de vluchtende Duitsers verwoest. Meer dan tweeduizend kilo dynamiet maakte van de eens zo trotse burcht een rokende puinhoop…

Vrijwilligers hebben tienduizenden manuren gewerkt om puin te ruimen om de oude gangen en kelders weer vrij te maken. Het was echt een project van het hele dorp.

– Francien van Kessel, kasteelmanager

De naoorlogse generaties in Kessel groeiden op met de geblakerde ruïne. “Het was voor ons een spannende plek waar we als kind graag verstoppertje speelden” vertelt kasteelmanager Francien van Kessel ons op het terras van het kasteel. “Ook voor verliefde stelletjes uit het dorp was het dé plek, heel romantisch natuurlijk” lacht Francien.

Hoewel er in de loop der jaren diverse keren pogingen werden ondernomen om het kasteel te herbouwen kwam het er uiteindelijk nooit van. Tot 2012. Francien: “Toen de zoveelste poging om het kasteel weer volledig te herbouwen mislukte, is vanuit het dorp een nieuw plan bedacht. Met hulp van een architect is een ontwerp gemaakt, waarbij met moderne technieken een nieuw gebouw ín de oorspronkelijke ruïne is gebouwd. De oude contouren van weleer zijn weer teruggebracht, maar de constructie is helemaal van staal en glas, met veel aandacht voor duurzaamheid. Vrijwilligers hebben tienduizenden manuren gewerkt om puin te ruimen om de oude gangen en kelders weer vrij te maken. Het was echt een project van het hele dorp.”

Een spannende combinatie van oude mergel- en baksteen met modern glas

Lugubere vondst

Bij het graafwerk stuitten de vrijwilligers in 2015 op een even verrassende als lugubere vondst. Want bij het afgraven kwam er opeens een half vergane lijkkist tevoorschijn. Al snel rees het vermoeden dat hierin wel eens de stoffelijke resten van de zonderlinge baron Frits in konden zitten. Uit de oude dorpsverhalen was bekend dat de baron met iedereen ruzie maakte en in eenzaamheid moet zijn gestorven. Waarschijnlijk hebben zijn nabestaanden hem stilletjes begraven naast de burcht (waar hij overigens toen al niet meer woonde). Forensisch specialisten die het geraamte onderzochten bevestigden het vermoeden.

Spectaculair uitzicht

Na de uitgebreide introductie van Francien zijn we reuze benieuwd hoe het kasteel er van binnen uitziet. Vriendelijke vrijwilligers wijzen ons de weg door de voormalige ruïne. Eerst nemen we een smalle stenen trap naar de kelders om vervolgens onze weg omhoog te klimmen naar de nok van het kasteel. Op onze rondgang komen we langs de kist van baron Frits, die een plekje heeft gekregen in een kleine crypte. In vergelijking met andere museumkastelen is De Keverberg vooral aantrekkelijk vanwege het bijzondere verhaal van de wederopbouw en het mooie uitzicht. Het is een bijzondere plek met leuke activiteiten voor kinderen. En het is een unieke feestlocatie. Een bruiloft of receptie op de overdekte binnenplaats, daar kunnen we ons best wel iets bij voorstellen. De kale muren van mergel- en baksteen, gecombineerd met de moderne staal- en glasconstructie levert een verrassende en spannende combinatie op. En het uitzicht op de Maas vanuit de moderne kap, dat mag je gewoon niet missen. Spectaculair!

Prachtig uitzicht over de Maas

Meer informatie over Kasteel De Keverberg via: kasteeldekeverberg.nl

TuinTuin
, , , ,
Gerelateerd