Kastelen en Tuinen Magazine
  • Home
  • Nieuws
  • Verhalen
  • Evenementen
  • Kastelengids
    • Friesland
    • Groningen
    • Drenthe
    • Overijssel
    • Gelderland
    • Utrecht
    • Noord-Holland
    • Zuid-Holland
    • Zeeland
    • Noord-Brabant
    • Limburg
    • Kastelen in België
      • 10 kastelen in Wallonië die je niet mag missen
  • Shop
  • Contact
  • Privacyverklaring
  • Winnen
  • Deelnemers
Kastelen en Tuinen Magazine
  • Home
  • Nieuws
  • Verhalen
  • Evenementen
  • Kastelengids
    • Friesland
    • Groningen
    • Drenthe
    • Overijssel
    • Gelderland
    • Utrecht
    • Noord-Holland
    • Zuid-Holland
    • Zeeland
    • Noord-Brabant
    • Limburg
    • Kastelen in België
      • 10 kastelen in Wallonië die je niet mag missen
  • Shop
  • Kasteeltuinen
  • Verhalen

De glorieuze groene revolutie: hoveniers uit de Lage landen in Engeland

  • 11 juni 2026
Hampton Court (foto: Ollie Craig via Pexels)
Hampton Court (foto: Ollie Craig via Pexels)

De Glorious Revolution van 1688 bracht niet alleen een Nederlander op de Engelse troon. Het betekende ook een dat een heel netwerk van Nederlandse vaklieden, wetenschappers en ingenieurs de overtocht maakte. Onder deze ‘Hollandse meesters’ bevonden zich ook veel tuinlieden, die o.a. de koninklijke tuinen van Hampton Court en Kensington Palace zouden omvormen tot pronkstukken van de Hollandse tuinkunst.

Het is een beeld dat je misschien niet onmiddellijk voor ogen hebt als je denkt aan de Glorious Revolution: die beroemde staatsgreep zonder bloedvergieten, waarbij de protestantse stadhouder Willem Hendrik van Oranje de katholieke Jacobus II (zijn oom én schoonvader!) van de Engelse troon verdreef. Maar achter het politieke spektakel speelde zich ook een groene revolutie af. Een golf van Nederlandse hoveniers, botanici en waterwerkingenieurs trok de Noordzee over en liet diepe sporen na in de Engelse tuingeschiedenis.

Al voor Willem en Mary

De vraag naar Nederlandse hoveniers in Engeland bestond al vóór de komst van het vorstenpaar. De reputatie van de Nederlandse meestertuiniers was in de zeventiende eeuw door heel Europa verspreid. De Republiek der Zeven Provinciën was uitgegroeid tot een wereldmacht in de plantenkunde. De VOC bracht exotische gewassen mee van over de hele wereld, universiteiten als Leiden hadden botanische tuinen die toonaangevend waren en de burgerlijke rijkdom zorgde voor een bloeiende cultuur van buitenplaatsen en tuinkunst.

Zo zocht Henry Sidney, graaf van Romney, tijdens zijn verblijf in de Republiek al een Nederlandse hovenier voor zijn neef, Robert Spencer, de 2de graaf van Sunderland. En Catherina van Braganza (1638-1705), de weduwe van koning Karel II, had voor haar tuin in Hammersmith de Nederlander Herman van Geijn in dienst. De Engelse elite wist dus heel goed wat ze kon verwachten als ze een vakman uit de Lage Landen inhuurde.

De man achter de schermen: Hans Willem Bentinck

Maar het was pas met de troonbestijging van Willem en Mary dat de Nederlandse invloed op de Engelse koninklijke tuinen echt systematisch werd. De sleutelfiguur in dat verhaal is Hans Willem Bentinck (1649 – 1709), vertrouweling, vriend en raadgever van Willem III. Willem verhief hem tot Eerste graaf van Portland en stelde hem aan als hoofdintendant van de koninklijke parken en tuinen.

Hans Willem Bentinck, Eerste graaf van Portland naar een schilderij van Godfrey Kneller (1646–1723)
Hans Willem Bentinck, Eerste graaf van Portland naar een schilderij van Godfrey Kneller (1646–1723) (collectie Kasteel Amerongen)

Bentinck had als speciale taak de opdracht de koninklijke tuinen rondom Hampton Court naar de smaak van die tijd tot elegante lusthoven te herscheppen. Het was een taak die hem op het lijf geschreven was: in de Republiek had hij zelf prachtige tuinen aangelegd bij zijn buitenplaats Sorghvliet bij Den Haag (nu beter bekend als het Catshuis). Hij was daardoor zeer goed vertrouwd met de Hollandse versie van de Franse formele tuin, met haar geometrische patronen, geschoren hagen, waterpartijen en oranjeries vol exotische planten.

Sorghvliet met de door Bentinck aangelegde tuinen

Willem III en Mary lieten ook het al indrukwekkende Paleis Het Loo uitbreiden met tuinen die als inspiratiebron en visitekaartje dienden voor wat er in Engeland zou volgen. In een brief aan Bentinck schreef Willem vanuit Kensington in 1698 dat jagen en tuinieren zijn twee grote passies waren, een uitspraak die weinig toelichting behoeft als je de schaal ziet waarop hij zijn tuinen uitbreidde.

Een ploeg van vakmensen

Onder het toeziend oog van Bentinck werd een heel team van Nederlandse hoveniers aangesteld aan de koninklijke hoven. In de betalingsregisters van Hampton Court en Kensington Palace uit de periode 1689-1696 komen namen voor als Cornelis van Vliet, Caspar Camperle, Hendrik Quellingburgh en Samuel van Staden, stuk voor stuk Nederlanders met specifieke taken en verantwoordelijkheden.

De tuinen van de koninklijke paleizen van Engeland

Zo was Quellingburgh was belast met de verzorging van de oranjerie en de privétuin van de koning, maar werkte hij ook in andere delen van het park. Vier jaar later werd hij beloond met de portierswoning boven de tuinpoort van (niet meer bestaande) Richmond House. Van Staden had de supervisie over de nieuwe boomaanplant bij het doolhof ten noorden van het paleis. Voor de broeikassen waren een zekere Hendrik Timmerman en ene Hendrik Floris verantwoordelijk op Hampton Court.

In de oranjerie werden ’s winters de tropische planten bewaard, waaronder de vele sinaasappelboompjes die typerend waren voor de Hollandse hofcultuur. ’s Zomers stonden ze weer buiten in de tuin, een seizoensritueel dat de tuinstaf veel werk bezorgde, maar dat ook symbool stond voor de exotische ambities van het hof.

Een botanische collectie van wereldklasse

Wat de tuin van Hampton Court écht bijzonder maakte, was de omvang en wetenschappelijke kwaliteit van de botanische collectie, en die had een bijzondere herkomst. Het grootste deel was afkomstig uit de nalatenschap van Gaspar Fagel, raadpensionaris van Holland en een van de invloedrijkste adviseurs van Willem III in de aanloop naar de invasie van de Britse eilanden in 1688.

Fagel had op zijn landgoed De Leeuwenhorst bij Noordwijk een van de opmerkelijkste tuinen van de Republiek gecreëerd. De internationale faam ervan kwam niet zozeer door het ontwerp, als wel door zijn verzameling exotische planten, soorten die nergens anders in Europa te zien waren. Hij stak enorme bedragen in de aanschaf van gewassen die pas via de Hollandse koloniën waren aangevoerd, en werkte de laatste twaalf jaar van zijn leven nauw samen met botanici in dienst van de VOC om in het Verre Oosten planten te verzamelen. Een bezoeker aan de Kaap die in 1685 op weg was naar China, stond versteld van wat hij zag en noteerde dat de broeikassen beter doordacht en gebouwd waren dan enige andere in Engeland.

Illustraties die Steven Cousijns van de plantencollectie van Fagel

Alles naar Engeland

Fagel stierf op 15 december 1688, net een week voordat Willem III zijn Engelse residentie betrok. Zijn familie verkocht direct daarna de inhoud van zijn tuinen aan Willem en Mary. Al in 1690 bevond het grootste deel van de collectie zich in Hampton Court. De overbrenging nam echter veel tijd en zorgvuldigheid: de omvangrijke broeikassen en serres moesten eerst worden gereedgemaakt om de kwetsbare planten te ontvangen. Twee jaar later wachtten verscheidene planten nog altijd op De Leeuwenhorst op een passend onderkomen. Op 3 maart 1692 werd het restant van de collectie, sinaasappelboompjes, citroenbomen, heesters, planten en kruiden, getaxeerd, waarna de erven Fagel ƒ 4.351 gulden ontvingen. In augustus en september, toen transport geen schade zou opleveren, werden ze naar Den Haag gebracht en vandaar in oktober naar Engeland verscheept. Kuipen met bollen die Willem en Mary niet wilden hebben, gingen in 1691 naar de Amsterdamse botanische tuin.

In een manuscript getiteld Horti Regii Hamptoniensis Exoticarum Plantarum Catalogus worden voor het jaar 1692 al 479 planten beschreven, gekweekt met uit het buitenland afkomstige zaden. Dit manuscript is waarschijnlijk opgesteld door Leonard Plukenet (1642-1706), een botanicus die op voordracht van Mary in 1689 de titel ‘koninklijke professor in de botanie’ had gekregen en als superintendant van de koninklijke tuinen was aangesteld, tegen een jaarsalaris van 200 pond. De collectie groeide daarna snel: in 1693 kwamen er nog 230 exotische planten bij, en in 1698 stonden er maar liefst 102 planten uit Oost-Indië en van de Kaap in de kassen, naast 127 soorten gekweekt uit zaden van Barbados. Jacob Bobart, hortulanus van de Universiteit van Oxford, leverde zaden van bijzondere planten. De botanische collectie van Hampton Court stond daarmee op hoog wetenschappelijk niveau, en de wortels ervan lagen in een tuin aan de Hollandse duinen.

Water als spektakel: de fonteinen van Willem Meester

Een ander hoofdstuk in het Nederlandse tuinverhaal betreft de waterwerken, en ook hier speelt een Nederlander de hoofdrol. Willem Meesters, ingenieur uit Willems leger, ontwikkelde de technisch geavanceerde fonteinsystemen die de tuinen hun spectaculaire karakter gaven.

Op Soestdijk legde Meester zijn eerste fonteinsysteem aan: achter de noordzijde van de tuin liet hij een torenachtig gebouw met windmolen bouwen, waarmee hij water oppompte naar een loden dakreservoir. Van daar stroomde het water via twee loden buizen naar de tuin, onder druk gespoot. Stond er geen wind? Dan werd het pomprad aangedreven door een paard. De kosten van deze aanleg werden in 1683 aan Meester vergoed en bedroegen maar liefst ƒ 11.047. Een indrukwekkend bedrag dat laat zien hoe serieus men de waterwerken nam.

De fontein in de tuinen van Paleis Het Loo

De koningsspuiter van Het Loo

Bij de aanleg van de fonteinen van Het Loo werden de zaken na 1692 nog groter aangepakt. Naast Meesters was er ook een vaste fonteinier aangesteld: Rutger van Cleef, die een salaris van 500, later zelfs 900 gulden genoot en bij tijd en wijle over negen knechten beschikte. Voor de middelste straal van de zogenaamde ‘Koningsspuiter’ werd een negen(!) kilometer lange buis aangelegd naar het goed Asselt. Door het verval bereikte deze straal de ongekende hoogte van wel dertien en een halve meter, met zestien buitenste stralen van ongeveer anderhalf tot twee meter hoog gevoed door een grote vijver in het park. Het spreekt vanzelf dat dit een absolute sensatie was! En het water was altijd vers, niet stinkend zoals in een gesloten circuit. De boeren in de omliggende gebieden waren er overigens minder blij mee, zij hadden het water nodig voor hun land en vee.

Hampton Court kende nooit zo’n monumentale fontein, maar ook daar liet het Nederlandse waterwerkvak zijn sporen na. Er kwamen fonteinen in de nieuwe binnenhof, in de privétuin van Willem III, en in de halfronde parterre die voortaan Fountain Garden heette. De waterwerken waren voor Willem III persoonlijk belangrijk genoeg om in het voorjaar van 1700 zelf aanwezig te zijn bij de experimenten voor de aanleg ervan.

Niet alleen aan het hof

De Nederlandse tuinmeesters beperkten zich niet tot de koninklijke domeinen. Tuinman Van der Meulen legde de tuin van Boughton House en Thomas Wyck was werkzaam in de beroemde Physic Garden in Chelsea, de botanische tuin die nog altijd bestaat en die in de zeventiende eeuw uitgroeide tot een van de belangrijkste plantenkundige instellingen van Europa.

Boughton House in Northamptonshire, Engeland.

Het was overigens geen eenrichtingsverkeer. Terwijl Nederlandse hoveniers in Engeland aan het werk waren, haalden de Nederlanders op hun beurt Engelse specialisten voor heel specifieke taken. Op Paleis Het Loo was tot 1691 Ralph Mose als opzichter van de graswerken aangesteld, voor een jaarsalaris van 156 gulden. Hij legde waarschijnlijk de bowling green aan, het kortgeschoren grasveld voor balspelen aan de voet van het appartement van Willem III. Gras op dat niveau van perfectie onderhouden was een Engelse specialiteit; op dat punt waren de Engelse tuinmeesters onovertroffen.

Een erfenis in groen en steen

De tuinen van Hampton Court beslaan meer dan 24 hectare aan formele parterres, fonteinen, vijvers en bloemenperken. Wie er nu doorheen loopt, wandelt letterlijk door een erfenis die voor een groot deel door Nederlandse handen is aangelegd, de handen van Quellingburgh, Van Staden, Timmerman, Meesters en tientallen anderen die we misschien nooit bij naam zullen kennen.

Dat besef maakt de plek extra bijzonder. Het zijn niet alleen de staatsappartementen van Christopher Wren die het verhaal van Hampton Court vormen. Het zijn ook de namen in de betalingsregisters, de botanicus met zijn catalogus van 479 planten, de ingenieur met zijn windmolen en loden buizen en de exotische collectie van een Hollandse raadpensionaris wiens levenswerk na zijn dood de Noordzee overstak. De Nederlandse hovenier van de zeventiende eeuw was zo beschouwd een exportproduct van de Gouden Eeuw. Net als de schilderijen, de handelsnetwerken en de technologische vindingen die de Republiek groot maakten, reisde ook de tuinkunst mee.


Kastelenmagazine.nl schrijft over kasteel- en landgoedcultuur in Nederland en daarbuiten. Dit artikel is mede gebaseerd op historische bronnen over de Anglo-Nederlandse tuingeschiedenis in de periode 1689-1702. Een zeer aan te bevelen boek is ‘Gedeelde weelde‘ van Lisa Jardine.



Advertentie

BoekenBoeken
Vorig artikel
  • Agenda
  • Evenementen
  • Nieuws

Rozenfestijn in Kasteeltuinen Arcen: even helemaal weg

  • 11 juni 2026
Lees meer
Volgend artikel
Ridderweken kasteel Hernen
  • Agenda
  • Evenementen
  • Nieuws
  • Uitgelicht

Kids-Zomerweken op kasteel Hernen

  • 11 juni 2026
Lees meer

Dit is ook leuk

Kasteel Hernen met de verdwenen hoektoren (foto: Ton Rothengatter voor GLK)
Lees meer
  • Agenda
  • Nieuws

Exclusieve rondleiding Kasteel Hernen: ‘Bouwgeschiedenis en Bewoners’ 

  • 17 juni 2026
Fietsers langs de Vecht - foto Martin van Lokven | Visit Gooi & Vecht
Lees meer
  • Fietsroutes
  • Uitgelicht

Ga toch fietsen! Vier fietsrondjes langs de mooiste kastelen

  • 16 juni 2026
Kasteel Ammersoyen, meer dan ooit een bezoekje waard (foto: ©Kastelenmagazine / Sander Louis)
Lees meer
  • Agenda
  • Evenementen
  • Musea
  • Nieuws

Duizenden scherven, duizenden verhalen: de Nationale Archeologiedagen op Kasteel Ammersoyen

  • 15 juni 2026
Kasteel Beverweerd
Lees meer
  • Nieuws

Nieuwe plannen voor kasteel Beverweerd

  • 12 juni 2026
Kasteel Rhijnestein (foto: Dirkjankraan - Eigen werk, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia)
Lees meer
  • Agenda
  • Evenementen
  • Nieuws

Kasteel Rhijnestein decor voor openluchtspektakel

  • 12 juni 2026
Ridderweken kasteel Hernen
Lees meer
  • Agenda
  • Evenementen
  • Nieuws
  • Uitgelicht

Kids-Zomerweken op kasteel Hernen

  • 11 juni 2026

Advertentie

BoekenBoeken

Leestip

In het kader van de verkiezing van het mooiste kasteel van Nederland gaf de ANWB het boek 'De allermooiste kastelen' uit. Het boek bevat per provincie een selctie van belangrijke kastelen. Te koop via Bol.com.

Kastelen Nederland

Tip

Gaat je interesse in kastelen dieper? Kijk dan ook eens op de website kasteleninnederland.nl. Hier heeft kastelenkenner John Wennips maar liefst alle 1300 bestaande en verdwenen kastelen van Nederland beschreven.

Over Kastelen & Tuinen

Kastelen & tuinen magazine is een initiatief van Sander Louis / Green World Media

Kastelen & Tuinen

Magazine Kastelen & Tuinen is er voor liefhebbers van cultuur, natuur en historie. Als je zoekt naar inspiratie voor een leuke dagtrip, midweek of weekend dan kun je hier je hart ophalen! Kastelen & Tuinen is jouw gids naar de mooiste historische kastelen, buitenplaatsen en paleizen in Nederland en België.

www.kastelenmagazine.nl

Het laatste nummer

In het meest recente nummer o.a. aandacht voor:

  • Het Rampjaar 1672
  • Kastelen van het noorden
  • Paleis Het Loo straalt weer!
  • De tuinen van Beeckestein
  • 3 wandelroutes langs Gelderse kastelen
  • Willem III, een hollander op de Engelse troon
  • De mooiste kastelen van Wallonië
  • Kastelengids 2022

UITVERKOCHT

Kastelen & Tuinen Magazine
  • Contact
  • Privacyverklaring
  • Winnen
  • Deelnemers

Vul je zoekterm in en druk op enter