De toekomst van het middeleeuwse Brabantse Kasteel Gemert staat onder druk. Het kasteel wordt omgebouwd tot chique hotel, maar er zijn beren op de weg. Een gebrek aan samenhangende visie bij zowel de projectontwikkelaar als de gemeente lijkt de plannen te ondermijnen, aldus een lezer van het Eindhovens Dagblad.
Onzekere toekomst
Kasteel Gemert, een van de middeleeuwse kastelen van Noord-Brabant, verkeert in onzeker vaarwater. Sinds projectontwikkelaar BL Huisvesting het complex overnam met plannen voor een vijfsterrenhotel in Hilton-stijl, heeft het dossier een opvallend grillig verloop gekend. Plannen werden meermalen herzien, deelprojecten vervingen totaalvisies, en inmiddels rijzen er serieuze vragen over de financiële haalbaarheid van het geheel.
Dat dit vroeg of laat mis zou kunnen gaan, werd al langer voorspeld door betrokken omwonenden en erfgoedkenners. Zo stuurde Wim van den Hout, inwoner van Gemert, een ingezonden brief aan het Eindhovens Dagblad waarin hij punt voor punt betoogt hoe zowel de ontwikkelaar als de gemeente Gemert steken hebben laten vallen. Een stichting bestrijdt al langer de plannen van de ontwikkelaar.
Steeds wisselende plannen
Vanaf het begin werd door meerdere partijen aangedrongen op een integraal plan met een solide financiële onderbouwing. Die kwamen er volgens de tegenstanders nooit. Wel presenteerde BL Huisvesting steeds nieuwe deelplannen. Kwade tongen beweren dat dit een een strategie was om procedures te vereenvoudigen of te omzeilen. De deelplannen omvatten een ondergronds theater, een parkeergarage, boomhutten in het bomencarré rondom het voetbalveld. Het waren allemaal ideeën die het niet haalden. De meest recente tegenslag betrof 32 geplande appartementen, die werden tegengehouden door de provincie.
Als compensatie daarvoor ontving de ontwikkelaar een lening van 4,5 miljoen euro en een contingent van 75 woningen — een regeling die vragen oproept over de sturende rol van de gemeente in dit dossier.
“De gemeente stemde klakkeloos in met alles wat werd ingediend, zonder door te vragen naar een totaalplan.”
Historische waarden onder druk
Bijzonder pijnlijk voor erfgoedliefhebbers is het lot van de ommuurde tuin en de historisch waardevolle westzijde van het kasteel. In plaats van deze unieke elementen te koesteren als troeven voor een duurzame herontwikkeling, werden er bouwplannen voor ingediend. Dat daartegen gegronde bezwaren zouden komen, ook via de Raad van State, leek geen onderdeel van de risicoanalyse.
Precies dat punt maakt de situatie zo kwetsbaar. De ontwikkelaar heeft zelf aangegeven dat de opbrengsten uit de betwiste bouwprojecten cruciaal zijn voor de financiering van het hotel. Als de Raad van State die plannen afwijst, of zelfs als ze worden goed gekeurd maar de uitvoering stroef verloopt, dreigt een impasse die het kasteel en de gemeenschap van Gemert nog jaren kan achtervolgen.
Een les voor erfgoedgemeenten
De zaak van Kasteel Gemert is geen uitzondering. Door heel Nederland kampen kastelen en historische landgoederen met de moeilijke balans tussen herbestemming en behoud. Wat Gemert onderscheidt, is hoe de gemeente haar regisserende rol leek op te geven zodra een ontwikkelaar het initiatief overnam. Erfgoeddeskundigen wijzen er al jaren op dat monumentale complexen juist een sterkere, niet zwakkere, regie vanuit de overheid vereisen.
Of het Kasteel Gemert alsnog uitgroeit tot het luxehotel dat de ontwikkelaar voor ogen heeft, is onzeker. Wat vaststaat, is dat de weg erheen een stuk minder hobbelig had kunnen zijn mits er van meet af aan was vastgehouden aan een heldere, gedragen totaalvisie.
Restaurant GEM (wel) succesvol
Naast kritiek op de rammelende besluitvorming is er ook positief nieuws voor Kasteel Gemert. In oktober 2025 bleek dat restaurant GEM van chefkok Soenil Bahadoer slechts enkele maanden na opening maar liefst twee Michelinsterren ontving. Een prestatie van formaat en een welkome opsteker voor het Gemertse kasteelproject.
Over Kasteel Gemert
De geschiedenis van Kasteel Gemert gaat terug tot de dertiende eeuw, toen de heerlijkheid Gemert voor de helft toebehoorde aan het adellijke geslacht Van Gemert en voor de helft aan de Duitse Orde. Dit tweeherenschap leidde regelmatig tot conflicten, totdat de familie Van Gemert in 1366 gedwongen werd haar aandeel te verkopen. Daarmee werd de Duitse Orde de enige eigenaar. Commandeur Hendrik Reinaart van Husen gaf vervolgens in 1391 opdracht tot de bouw van een stenen kasteel aan het riviertje de Rips, ten zuiden van de dorpskerk. De bouw duurde tot circa 1435.

De commanderij Gemert groeide uit tot de belangrijkste en rijkste van de Orde in de Nederlanden. Omdat Gemert niet onder de hertog van Brabant viel maar een zelfstandige heerlijkheid was, mocht hier ook tijdens de Tachtigjarige Oorlog het katholieke geloof vrijelijk worden beoefend. In de achttiende eeuw liet de nieuwe landscommandeur Damian Hugo von Schönborn, graaf en prins-bisschop, het kasteel tussen 1735 en 1744 ingrijpend verbouwen in classicistische Lodewijk XIV-stijl. Die hoofdvleugel, gebouwd boven op de middeleeuwse gewelfde kelders, staat er nog altijd.
In 1794 maakten Franse troepen een abrupt einde aan het eeuwenlange bezit van de Orde: het kasteel werd bezet, leeggeroofd en later verkocht. Na wisselende bewoners en een periode als katoenspinnerij kwamen achtereenvolgens Franse Jezuïeten (1881) en de Spiritijnencongregatie (1914) het complex bewonen. Een brand in 1883 en oorlogsschade in mei 1940 lieten hun sporen na. De Spiritijnen vestigden er een grootseminarie en maakten het kasteel in 1970 tot hun internationale hoofdkwartier. Toen de gemeenschap kromp, raakte het complex leeg: in 2010 verlieten de laatste paters het kasteel.

